In Bunschoten-Spakenburg wonen nog ruim 30 vrouwen die dagelijks de dracht dragen (2024).





De kraplap werd hier in de 20e eeuw steeds breder en stijver gestevend. De stof is vaak bedrukt met bloemenpatronen, soms bestaat de Spakenburgse kraplap uit een oorspronkelijk met de hand beschilderde stof sits die uit de VOC-tijd stamt. Paars is de kleur van rouw.


Het geruite schort hoort bij de werkdracht. Hieronder vissers met een meisje met een pluummuts.









Eind 19e eeuw gaat de hul uit de mode en wordt alleen nog de gebreide muts (ongermuts) met daaronder een zwarte muts gedragen. Het is aan de mode onderhevig en vanaf 1920 komt de kuif op, waardoor ook de vorm van de nu gesteven muts kleiner wordt.






